pixabay Lucienne

Uit mijn burn-out: “Rust nemen was mijn grootste uitdaging”

Lucienne is 54 als zij in december 2017 voor de tweede keer een burn-out krijgt. Anders dan haar eerste burn-out is deze tweede keer privé gerelateerd. Voorafgaand aan haar burn-out maakt Lucienne een aantal grote life-events mee. In plaats van dat zij rust neemt en bij alles wat gebeurt stil staat om dit te verwerken, komt zij in een regelmodus. “Door blijven gaan en blijven werken gaf mij houvast. Het gaf mij het gevoel nog iets te kunnen. Rust nemen was mijn grootste uitdaging”.

Haar eerste burn-out was vooral werk gerelateerd. Het bedrijf waarvoor Lucienne werkte veranderde van eigenaar waardoor veel mis ging. Het werd een zooitje. Er zat duidelijk een faillissement aan te komen. Hierdoor werd veel van het personeel verwacht. Daarbij liet haar toenmalige nieuwe baas duidelijk twee gezichten zien. Een goede en een slechte kant. Dit maakte werken met hem enorm belastend.

Lucienne herinnert zich bewust dat het goed mis was toen zij dingen moest doen waar zij niet achter stond. Gewetenswroeging speelde parten en zorgen er uiteindelijk voor dat zij uitviel.

Bij de haptonoom

Tijdens haar eerste burn-out heeft zij een haptonoom bezocht. Een oefening die haar bij is gebleven is dat zij aan de ene kant van de ruimte stond en de haptonoom aan de andere kant.

“De haptonoom vroeg mij naar haar toe te lopen en te stoppen als het onprettig voelde om dichterbij te komen. Op een gegeven moment voelde ik dat ik wilde stoppen, toch liep ik door. Zij vertelde dat ze mij had zien haperen. Ik was toch doorgelopen, wat hoort bij typisch please gedrag. Dit is echt een eye-opener geweest. Ik heb sowieso veel aan de gesprekken en de oefeningen gehad”.

Echtscheiding en regelmodus

Zo’n drie jaar voor haar tweede burn-out werd Lucienne geconfronteerd met een echtscheiding. Vanaf het moment dat haar ex op een vrijdagavond vertrok, kwam zij in een regelmodus. Er moesten nu eenmaal veel dingen gebeuren zoals de verkoop en het opruimen van het huis. “Ik ging maar door, want rust nemen is eng”, vertelt Lucienne, “Dan ga je nadenken en dat wilde ik niet”.

“Ook ging het niet goed met mijn jongste zoon. Die appte mij op een nacht dat hij het allemaal niet meer wist. Ik heb toen met mijn ex gebeld met de vraag wat nu?”

Die ochtend wist ze dat het goed fout zat. Lucienne had al vaker de gedachte “ik kan niet meer, ik moet terug naar huis” op het moment dat ze naar haar werk reed. Toch reed ze altijd door. “Die ochtend kon ik geen beslissingen meer maken, het lukte gewoon niet meer. Ik heb toen mijn regiomanager geappt dat ik zou bellen. Tijdens dit telefoongesprek gaf ik aan die middag er wel weer te zijn. Er stonden immers nog functionerings- en sollicitatiegesprekken op mijn agenda”.

“Mijn werk was mijn houvast. Het gaf mij nog het gevoel iets te kunnen, want gevoelsmatig kon ik niets meer”.

“Blijf maar thuis”, gaf de regiomanager toen aan, “in ieder geval tot na je vakantie”. Lucienne had al een vakantie gepland om te verhuizen naar haar nieuwe woning. “Dat is ook gewoon doorgegaan, het moest wel”. Lucienne bleef de intentie houden dat ze na haar vakantie weer terug zou gaan naar de werkvloer. Maar dat ging gewoonweg niet. Ze snapt achteraf ook niet hoe ze haar verhuizing is doorgekomen.

En dan zit Lucienne thuis, opgebrand.

Door haar eerste burn-out weet Lucienne wat zij nodig heeft. Zij wil graag een multidisciplinaire vorm van therapie, dus aan de slag met het hoofd én met het lijf. Zij wil versneld een bedrijfsarts spreken. Deze gaf aan dat ze maar moest gaan wandelen. Net als de bedrijfsarts tijdens haar eerste burn-out. Dat wil Lucienne juíst niet. Nadat er van alles mis gaat bij de arbodienstverlener, krijgt zij via een casemanager waar zij vertrouwen in heeft een goede arbo-arts.

Deze arts is een eigenlijk al met pensioen, maar verricht nog wat werkzaamheden binnen de arbodienstverlening. Gepokt en gemazeld als hij was door zijn werkend leven, remt hij Lucienne op een directieve manier af. Een multidisciplinaire vorm van therapie lijkt hem veel te zwaar geschut. “Zoek maar een goede psycholoog”, zei hij. Dit heeft zij toen gedaan. Daarnaast meldt zij zich aan voor een speciaal programma bij een fysiotherapiepraktijk.

Sporten en steun

Lucienne vertelt dat ze veel heeft gehad aan dit “begeleid”- sporten programma. Ook de steun van haar werkgever heeft haar geholpen bij haar herstel. “Ik werd niet gepusht en tijdens mijn re-integratie kreeg ik veel ruimte en mogelijkheden”. Het traject bij de psycholoog heeft haar tot zekere hoogte geholpen. Op een gegeven moment zat zij niet meer op één lijn met de psycholoog. “Misschien kwam ik daar te lang of waren de rollen niet meer duidelijk”, speculeert Lucienne. De gesprekken werkten in ieder geval niet meer voor haar.

“Echt rust nemen was mijn grootste uitdaging, want je kunt er maar druk mee zijn. Ik was heel druk met uitrusten. Ik heb echt mijn energie moeten leren managen”.

Binnen haar persoonlijk leven heeft zij veel steun gehad van een paar goede vrienden. “Veel praten, een arm om je heen en aandacht, dat hielp mij”, vertelt Lucienne, “Wel was ik teleurgesteld in sommige mensen. Het is cliché, maar in slechte tijden leer je je echte vrienden kennen. Een ondersteunend netwerk is belangrijk. Een simpel, maar oprecht “Hoe is het met je?”, geeft ruimte om je echte verhaal te vertellen. Maar ja, soms verwacht je teveel en dan word je teleurgesteld”.

Ondanks dat haar 3 zoons heel dicht bij haar staan, heeft zij hen uit de wind gehouden. “Ik wilde mijn pijn niet meegeven aan hen”.

Lucienne geeft eerlijk aan dat zij geneigd is om niet de hulp te vragen die zij nodig heeft. “Eigenlijk kan ik dus niemand wat verwijten”, zegt zij dan ook. “Ik red mij wel, is mijn motto. Moeite hebben met hulp vragen is al veel eerder ontstaan, namelijk in mijn jeugd. Nadat mijn ouders gescheiden waren wilde ik lief zijn voor mijn moeder, zij had het zwaar en moest hard werken. Ook wilde ik lief zijn voor mijn vader. Ik zag hem één maal per maand”.

Waar deze burn-out Lucienne voor wilde waarschuwen was haar levensstijl.

“Dit gaat nu veel beter, maar ik moet mij hier altijd bewust van zijn. Met door blijven gaan en altijd wat te doen hebben loop ik eigenlijk van mijzelf weg. Ik loop dan weg voor verdriet, voor emoties die ik liever niet wil voelen. Ook slapen blijft een ding, maar hier heb ik mij inmiddels bij neer gelegd”.

Waar zij zich ook in herkende was de informatie over co-dependency die zij kreeg gedurende de oudergesprekken op het moment dat haar jongste zoon in de kliniek verbleef om aan zijn problemen te werken. “Ik heb hier veel over mijzelf geleerd, bijvoorbeeld dat ik altijd maar alles voor iedereen wil regelen. Co-dependency simpel verwoord: “Ik heb het nodig dat jij mij nodig hebt, zodat ik niet met mijzelf bezig hoef te zijn”.

Lucienne is in december 2017 uitgevallen met een burn-out. In juli 2018 is zij gestart met re-integreren en sinds januari 2019 is zij gelukkig weer volledig arbeidsgeschikt en hersteld.

Tips voor professionals

Tijdens het interview vraag ik aan Lucienne of zij tips heeft voor professionals. Die heeft zij zeker. Wat zij merkt is dat je binnen de reguliere zorgverlening moeilijk van het etiketje “burn-out” afkomt. Als je eenmaal dit stickertje hebt, dan wordt iedere klacht daar onder geschaard. “Het zal we tussen de oren zitten”, klachten worden snel gezien als stressklachten, ook als dat niet zo is. Dat is erg frustrerend en stigmatiserend.

Een andere tip voor professionals is om goed tussen de zinnen door te luisteren. “Het is belangrijk om je gehoord en gezien te voelen”, geeft Lucienne aan, “zeker als je je hele ziel en zaligheid op tafel legt. Gehoord worden, begrip krijgen en serieus genomen worden. Dat is belangrijk!”.

Tips voor lotgenoten

Voor lotgenoten die nu midden in een burn-out zitten wil zij vooral meegeven om niet alleen het geestelijke, maar vooral ook het fysieke gedeelte aan te pakken. Maar stap niet in de valkuil om als een gek te gaan sporten! Dat is alleen maar belastend, kies voor een gespecialiseerd sportprogramma gericht op burn-out.

En durf op te komen voor jezelf bij de bedrijfsarts of psycholoog. Als de klik er niet is, dan gaat het je niet helpen. Dat is moeilijk als je geneigd bent om te “pleasen”, als je het gevoel hebt dat je de ander daarmee raakt, pijn doet of teleurstelt. Maar dit is wél nodig voor je eigen herstel.

“En geniet van de kleine dingen, het hoeft niet groots te zijn. Het komt goed, je gaat verder”.

Vijf waardevolle tips gebaseerd op dit interview.

• “Veel praten, een arm om je heen en aandacht, dat hielp mij”. Een ondersteunend sociaal netwerk is belangrijk tijdens je burn-out. Schroom niet om een luisterend oor, een arm om je heen of juist wat afleiding te vragen aan jouw naaste omgeving. Niet iedereen kan dit je bieden, maar er zijn altijd mensen die jou dit graag geven. Allemaal op hun eigen manier.

• Lucienne vertelt dat haar burn-out een waarschuwing was voor haar levensstijl. Misschien zit je aan het begin van je burn-out en zie je dit nog niet zo. Toch is dit wat ik vaak aan het einde van een traject mensen hoor zeggen. Je burn-out wil je iets vertellen, die wil je waarschuwen dat je bepaalde dingen in het leven niet handig aanpakt. Dat dit je uitput. Neem deze waarschuwing uiterst serieus.

• Wat de meeste mensen die in een burn-out overeen hebben is dat ze geneigd zijn niet de hulp te vragen die zij nodig hebben. Sterk zijn en alles alleen opknappen, dat wordt enorm gewaardeerd in onze maatschappij. Wat mij betreft overgewaardeerd. Weet dat je het niet alleen hoeft te doen. Vraag hulp bij kleine en grote dingen. En blijf dit ook na je burn-out doen.

Een goede les die Lucienne ons meegeeft is dat je niet met een therapeut door hoeft te sukkelen als het traject waar je in zit jou niet (meer) helpt. Dat kan gebeuren. Bespreek dit gerust met je therapeut (dat kunnen wij prima hebben) en ga eens na waar het misgaat en wat jou wel helpt. Misschien is het zelfs verstandig om over te stappen naar een andere therapeut.

• Met alleen gesprekken herstel je niet van een burn-out. Je bent ook fysiek totaal uitgeput. Om fysiek weer te herstellen op een verantwoorde wijze is Lucienne aan de slag gegaan met een speciaal programma via een fysiotherapiepraktijk. Een burn-out moet holistisch worden aangepakt, dus lichaam, geest, (sociale en werk-) omgeving en eventueel spiritualiteit of geloof. Gun jezelf professionele hulp bij herstel!

Stress burn-out counselling, slaapcoaching voetmassageIk ben Roos Streumer (1973). Door het schrijven van artikelen wil ik jou inspiratie en tips geven zodat jij meer uit je dag en nacht kunt halen.

In het dagelijks leven werk ik met veel plezier in mijn praktijk in Amstelveen waar ik stress en burn-out counselling, psychosociale therapie, slaap-coaching en ontspannende massages bied.

Wil je geen enkel artikel missen? Schrijf je dan in voor Mentaal Magazine. Of volg mij op Facebook, LinkedIn of Instagram.

Heb je vragen over dit artikel of vragen of interesse in mijn begeleiding? Stuur gerust een mail naar: info@mentaalonderhoud.nl of gebruik het contactformulier.

 

Portret Anne Beth

Uit mijn burn-out: “Ik was mijn werk”.

burn-out ik was mijn werkAls Anne-Beth Wolff 48 is (2012) wordt zij geconfronteerd met een burn-out. Op dat moment is zij aan het werk als operationeel leidinggevende in een algemeen ziekenhuis. Persoonlijk aandacht voor haar team vindt zij belangrijk. En haar deur staat dan ook altijd open. Op een geven moment telt haar team 45-50 mensen. “Om die allemaal van persoonlijke aandacht te voorzien is een enorme klus”, vertelt Anne-Beth, “Zeker als je naaste collega ’n andere baan krijgt en je deze baan  “erbij” doet. Ik was mijn werk”.

“Van origine ben ik psychiatrisch verpleegkundige”, vertelt Anne-Beth, “Op de afdeling waar ik op dat moment net werkzaam was, werd ik al snel gevraagd om mijn vertrekkende leidinggevende waar te nemen en dit heb ik toen gedaan”. Het ziekenhuis waar zij werkte fuseerde met een ander ziekenhuis en haar jaarcontract werd niet verlengd. Zij heeft toen gesolliciteerd naar de baan van operationeel leidinggevende en werd aangenomen.

24 uur per dag in werkstand

Anne-Beth deed vooral de menselijke kant, terwijl haar collega zich vooral richtte op de cijfermatige en organisatorische kant. Er was een goede samenwerking tussen beiden. Maar aan alle goede dingen komt een eind. Toen haar collega vertrok naar een andere baan, nam Anne-Beth ook het werk van deze collega op haar schouders. Daarnaast bleef zij haar team uitnodigen om altijd bij haar aan te kloppen als er iets was. En haar mensen wisten haar goed te vinden. “Ik nam echt de rol van “helper” op mij. Ik wilde er voor mijn team zijn, maar dan wel in zulke proporties dat dit boven mijn kunnen was”.

Terwijl de sollicitatieprocedure voor een nieuwe collega werd ingezet, gaat het niet goed met Anne-Beth. “Ik weet nog goed dat ik dan midden in de nacht rond 2.30 uur omhoog kwam uit mijn bed en dacht; Laat ik vast mijn mail checken, dan is dat vast gedaan. Ik stond alleen nog maar in de werkstand, 24 uur per dag. Ergens tussendoor viel ik dan in slaap. En naast mijn werk sportte ik bijna dagelijks fanatiek, ook daarin was ik prestatiegericht”. Anne-Beth stond, zoals ik dat noem, altijd aan.

Of je werkt te hard of je werkt te langzaam…

Een nieuwe collega wordt aangenomen, niet de keuze van Anne-Beth zelf. Zij voelt zich hierin niet gezien en gehoord. En dit terwijl zij zo hard werkte. Het was een klap en Anne-Beth belandt in de aanklagersrol. Zij herpakt zich weer, niet doorhebbend dat ze echt aan het eind van haar Latijn is. Voor haar nieuwe collega goed en wel begint, wordt Anne-Beth ziek naar huis gestuurd door haar manager met de mededeling: “Ik denk dat je een burn-out hebt. Ik zet je mail op afwezigheidsassistent en ik hoop dat je vanmiddag nog bij de bedrijfsarts terecht kunt”.

Anne-Beth werd hierdoor overspoeld. “Ik was kwaad”, vertelt Anne-Beth, “Het was geen burn-out. Maar ja, ook de bedrijfsarts zei “burn-out”. Ik geloofde het niet. De volgende dag belde ik de huisarts en deed mijn verhaal. “Of je werkt te hard of je werkt te langzaam”, lokte de huisarts haar uit de tent, “laten we het maar een burn-out noemen”. Drie mensen hadden aangegeven dat ik een burn-out had. Ik voelde mij in de steek gelaten, kwaad, want dat was niet waar”.

“Toen ik dingen op de verkeerde plek ging leggen, zoals sleutels in de koelkast, schrok ik. En toen was daar het volle besef, dit gaat niet goed”.

Anne-Beth zit thuis, opgebrand.

En als je dan toch thuis zit, kun je je beter maar nuttig maken. Dus Anne-Beth ging keihard aan het werk in huis. De zolder opruimen. “Ik had moeite met het accepteren van mijn burn-out. Iedereen zegt dat je dat moet doen, maar hoe doe je dat dan?”, aldus Anne-Beth.

Om rust te pakken bedacht zij een trui te gaan breien. Maar ook dat gaat niet. Anne-Beth beklaagt zich hierover bij haar de bedrijfsarts. “Je moet geen trui breien”, gaf deze aan, “maar een sjaal”. Die opmerking gaf haar houvast; Zij kon niet alles, maar nog wel wat.

“Als je stopt met alsmaar doorgaan, krijgt je lichaam een klap. Daarvan ben ik overtuigd”, vertelt Anne-Beth. “Ik vergelijk het met een topsporter die ineens niets meer doet. Achteraf had ik graag willen weten hoe ik mijn dagen had kunnen invullen. Gelukkig gaf mijn bedrijfsarts op een gegeven moment een tip om een dagschema voor mijzelf te maken. Heel eenvoudig. Er viel een last van mij af. Zo’n schema gaf mij houvast”.

Verlies en de betrekkelijkheid van het leven.

Niet alleen de situatie op haar werk en haar helpende houding spelen een rol bij het ontwikkelen van een burn-out. Ook verschillende life-events in de aanloop en tijdens haar burn-out hebben hier impact op. In 2009 is Anne-Beth gescheiden waarna zij in een roerige tijd komt van verhuizingen. In november 2012 raakt zij opgebrand, in 2013 overleed haar vader en op 14 april 2013 verongelukt haar broer.

Anne-Beth: “Vooral dit verlies heeft mij bewust gemaakt van de betrekkelijkheid van het leven. Waar gaat het écht over? Wat is nu écht belangrijk. Wat doet er echt toe. Het relativeert”.

Even dit doen en even dat doen kost meer tijd dan je denkt!

Anne-Beth is nog naar een psycholoog geweest. Zij heeft hier niet veel aan gehad. Tenminste, Anne-Beth geeft eerlijk aan dat zij dit “tussen het rouwen door” mogelijk niet goed op waarde kon schatten. Zij werd door haar psycholoog wel beschermd tegen haar werkgever. Uiteindelijk heeft Anne-Beth het voor een groot deel zelf gedaan. Zij is op zoek gegaan naar waar het is stuk gelopen en zij heeft zichzelf afgevraagd of zij wel blij werd van haar werk.

Terug op de werkvloer is Anne-Beth haar werk beter gaan structureren en de deur stond niet altijd meer open voor haar team. Zij ging haar taken op een rijtje gaan zetten en concludeerde dat dit gewoon goed te doen was. “Ergens verloor ik tijd”, vertelt Anne-Beth, “Ik kon mijn vinger er niet op leggen. Maar ja, als je over de gang loopt en verschillende mensen schieten je aan met een vraag of voor een kort overleg, dan doe je dat toch eventjes. En dit “even dit en even dat”, neemt veel meer tijd in beslag dan je incalculeert. Ik werkte veel ad hoc. Het is een kwestie van jezelf leren kennen. Net als dat ik erachter ben gekomen dat ik als introvert persoon tijd nodig heb om tot mijzelf te komen. Stilte is helpend”.

Klokken en afgebakende klussen

Op de vraag wat er nog is blijven leggen vertelt Anne-Beth waar zij alert op moet blijven, ofwel wat energie van haar vreet. Zij geeft aan dat zij niet meer die 100% energie heeft die zij voor haar burn-out wel had. Daar moet zij rekening mee houden. Ook moet Anne-Beth oppassen dat zij niet in een flow terecht komt. Zij krijgt dan veel creatieve ideeën die gaan stapelen en dat komt dan tot een soort explosie. Doorzetten en veel ideeën hebben, dat is een risico. “Ik doe het nu goed op afgebakende klussen”, aldus Anne-Beth, “Ik ben ooit een aantal dagen in een klooster geweest. Wat mij opviel was dat als de klokken gingen luiden er een volgende klus of activiteit op het programma stond. Dat sprak mij aan. Die dagen waren ook relativerend”.

Waardevolle adviezen van Anne-Beth

Op de vraag welk advies Anne-Beth wilt meegeven aan professionals is kort en krachtig; Het is maatwerk, ten alle tijden!

Aan mensen met en burn-out wilt zij meegeven wat haar zo helpt. Vervang het woord “moeten” in het woord “willen”; Moet ik dit of wil ik dit? Probeer het maar eens.

En als je veel van jezelf moet, krab jezelf dan eens achter de oren. Want dat is niet goed. “Voor mijn burn-out was het alsof iemand met een zweep achter mij aanliep. Maar al die tijd was ik het zelf!”. Denk hier goed over na. En een burn-out blijft altijd bij je, je blijft hier kwetsbaarheid voor houden. Houd de signalen van je lichaam goed in de gaten. Anne-Beth vertelt dat zij stopt als zij last heeft van oorsuizen. Dit is haar signaal.

Zes waardevolle tips gebaseerd op dit interview:

  • Anne-Beth vertelt op een gegeven moment dat zij heel vroeg wakker wordt en denkt “Ik ga maar vast mijn mail checken, dan is dat vast gedaan”. Standaard vroeg wakker worden, maar dan ook klaarwakker, is een signaal dat je té druk bent in je leven én vooral in je hoofd. Je bent te gespannen overdag en dat wreekt zich ’s nachts. Denk hier niet te licht over en doe hier iets aan. Gun jezelf overdag rust en ontspanning. Lukt dit niet, schakel professionele hulp in.
  • Tijdens haar burn-out wordt Anne-Beth geconfronteerd met het overlijden van twee dierbaren. Hoewel de dood een zwaar en confronterend onderwerp is, zet dit wel aan tot een diepere bewustwording. Nadenken over de dood en zelfs over je eigen overlijden gaat eigenlijk over het leven. Het relativeert; Wat doet er écht toe in jouw leven? Meer lezen? Dan heb ik een boekentip: “Tegen de zon in kijken” van Irvin D. Yalom. (deze tip en dit boekje zijn niet erg geschikt als je aan het begin van je burn-out zit).
  • Een praktische tip voor echt iedereen; Zet je taken eens op een rijtje. Kijk er nog eens goed naar. Wat moet je echt doen? Wat is echt belangrijk? Meestal valt dit rijtje dan wel mee. En bedenk nu eens waar je tijd en energie aan verliest. Net als Anne-Beth dat destijds heeft gedaan. Probeer je vinger hier eens op te leggen.
  • Heb je zoveel (creatieve) ideeën dat het je eigenlijk teveel wordt, dat het een last voor je wordt? Lees dat dit artikel: Teveel ideeën in je hoofd? Stel jezelf de juiste 3 vragen.
  • Herstellen van haar burn-out heeft Anne-Beth voor een groot deel zelf gedaan. Het is haar ook gelukt. Wees je je ervan bewust dat dit eigenlijk geen slim idee is voor de meesten van ons. Wat zij voor elkaar heeft gekregen, lukt jou hoogstwaarschijnlijk niet. Gun jezelf professionele hulp bij je herstel. Daar word je letterlijk en figuurlijk beter van.
  • En natuurlijk die geweldige tip van Anne-Beth: Als je vaak het woordje “moeten” gebruikt, krab dan eens flink achter je oren. Wat betekent dat? En gebruik in plaats van “moeten” het woord “willen”.

Blijk van Waardering

Ik vind het geweldig om dit soort artikelen voor jou te schrijven, al kost het mij tijd en energie, denk echt in uren. Ik hoop dat je hier dan ook echt wat aan hebt. Mocht dit zo zijn en wil je een blijk van waardering geven? Dat is lief! Dit kan door:

  • Dit artikel te delen met iemand anders die hier baat bij heeft.
  • Een reactie te geven onder dit artikel.
  • Dit artikel delen op Social Media als Facebook of LinkedIn.
Stress burn-out counselling, slaapcoaching voetmassage

Ik ben Roos Streumer (1973). Door het schrijven van artikelen wil ik jou inspiratie en tips geven zodat jij meer uit je dag en nacht kunt halen.

In het dagelijks leven werk ik met veel plezier in mijn praktijk in Amstelveen waar ik stress en burn-out counselling, psychosociale therapie, slaap-coaching en ontspannende massages bied.

Wil je geen enkel artikel missen? Schrijf je dan in voor Mentaal Magazine. Of volg mij op Facebook, LinkedIn of Instagram.

Heb je vragen over dit artikel of vragen of interesse in mijn begeleiding? Stuur gerust een mail naar: info@mentaalonderhoud.nl of gebruik het contactformulier.

Shopping Basket